De Golden Earrings

De Golden Earrings zouden uitgroeien tot de meest succesvolle band van het land. Vier pubers uit dezelfde straat begonnen in '63 met spelen. De band werd vernoemd naar een nummer van Peggy Lee. Ze waren als een instrumentale band begonnen. In '64 namen ze Frans Krassenburg erbij als zanger. Er werd toen al bijna elke dag opgetreden. Het repertoire bestond uit eigen composities en covers, van onder meer The Zombies.

In '65, als de band al een fanclub heeft opgebouwd van zon zesduizend meisjes, worden ze ontdekt door Freddie Haayen. Hij was door de manager (Jaques Senf ) uitgenodigd om naar de band te komen kijken. Als artist-promotor had Haayen bij Polydor records weinig te vertellen. Hij weet toch bij de boboos vertrouwen in zijn ontdekking te wekken. Dit resulteerde in een mooi platencontract. Na deze gedane inspanning wierp Haayen zich meteen op als hun producer. Die functie zou hij de gehele jaren zestig voor de band blijven uitoefenen.

In augustus '65 komt hun eerste single Please Go/Chunk of steel uit. De a- kant is een beetje een flauw nummer. De b-kant is pittiger. In september komen ze op de radio bij de piratenzender Veronica. Een maand later op tv, in het programma 'Voor de Vuist Weg'. Dit is een van de meest bekeken programma's van die tijd van Willem Duys.

Willem met The Earrings

De single Please Go behaalde de top 10 en hoort daarmee thuis in het rijtje van de eerste Nederbeat hits. Dat hadden ze zelf niet verwacht. Ze waren niet tevreden over de opnamekwaliteit. Er wordt inderdaad vals op gezongen, maar dat maakt het juist weer leuk.

De opvolger Lonely every day/Not to find werd vanwege een spelfout in de hoestekst teruggenomen. Het hoesje heeft dezelfde opmaak als Please Go, maar is in het groen gedrukt. Tien van die singles kwamen toch op de markt. Het zijn nu de meest gezochte Nederbeat items.

Na deze kleine blunder kwamen ze met hun eerste LP Just Earrings en de single That day. De LP is een mooie verzameling Merseybeatachtige nummers opgenomen in de Phonogram studio's, met Nobody but you als hoogtepunt. De technische ondersteuning werd geleverd door een Brit die ook de opnames van de Small Faces begeleidde. Op de lui van Phonogram waren ze toen uitgekeken. Die lachten de langharige jongens uit en deden oordopjes in tijdens de opnamen.

De eigen compositie That day is de enige Nederbeatplaat die in het midden van jaren zestig zo hoog in de top 40 zou komen. Hun naam werd ermee gevestigd. Voor de single-opnamen waren ze naar Engeland getogen. In het ATV-house, waar de Pye studio was gevestigd, werd het in een middag op de band gezet. De groep had iets om over op te scheppen. Voor beatfans en deze jonge jongens was Londen het Mekka van de beatscene.

De opnamesessies werden dan ook gecombineerd met een bezoekje aan het centrum van de stad. De trip naar Londen bleek een goede zet, hoewel de tocht over zee de goede stemming wel een beetje temperde. De gitarist George Kooymans en de zanger Barry Hay stonden groen en geel van de zeeziekte in de studio. De kwaliteit van het materiaal en de technici was er vele malen hoger dan hier. De opnameleider vond beatmuziek, in tegenstelling tot zijn Hollandse collega's, ruig. Hij luisterde de opnamen keihard af.